Onderwijs op OVMZ
Openbaar VMBO en MAVO Zeist (OVMZ) is dé school voor slimme doeners in Zeist en omgeving. Een school voor vmbo en mavo (voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs), waar je meteen vanaf de brugklas de theorie leert toe te passen in de praktijk. Want wie leert door te doen, leert vaak nét even slimmer.
Bij OVMZ zien en begeleiden we jouw talent, zodat je groeit en dingen leert waarmee je echt verder komt! Bij OVMZ draait alles dus om jou. Wij zijn een kleine, overzichtelijke school met maximaal 450 leerlingen in een prachtig groen park. Hier krijg je de ruimte om te landen in het voortgezet onderwijs én je eigen weg te vinden.
Het vmbo bestaat uit vier leerwegen: basis, kader, gemengd en mavo (tl). In deze leerwegen word je klaargestoomd voor een specifiek beroep. Hele praktische en vakgerichte routes dus! En omdat OVMZ dé school voor slimme doeners is, ga je vanaf het eerste jaar al meteen onze praktijklokalen in. Dat doe je in onze junior variant van de hoofdrichting in de bovenbouw: Dienstverlening & Producten.
Op welke plek je ook zit, wij begeleiden je stap voor stap naar een toekomst vol mogelijkheden. En als blijkt dat je naar de havo kan? Dan maken we die overstap samen mogelijk.
Visie en aanpak
Het Openbaar VMBO en MAVO Zeist is een relatief kleine school met een open cultuur en een positieve benadering. Leerlingen voelen zich daardoor snel thuis en gezien. Wij hebben ook hoge verwachtingen van prestaties van leerlingen. Als leerling ben je verantwoordelijk voor jezelf, je werk en je omgeving en ga je respectvol en verdraagzaam met elkaar om.
Tijdens de les werken leerlingen onder begeleiding van de docenten aan hun ontwikkeling. Docenten zijn zich ervan bewust dat niet alle leerlingen hetzelfde zijn en op dezelfde wijze leren. Daarom houden wij in onze lessen rekening met verschillen in niveau en tempo. De docenten gebruiken een variatie aan lesmethoden, werkvormen en materialen om de lessen voor leerlingen uitdagend te houden.
Om bij te dragen aan de digitale ontwikkeling van iedere leerling werken we op het OVMZ met laptops in de klas en hebben alle leerlingen in leerjaar 1 het vak digital skills.
Naast vakgebonden lessen leren leerlingen op het Openbaar VMBO en MAVO Zeist in uitdagende activiteitenweken kennis en vaardigheden toe te passen. Eens per jaar gaan de brugklassen op kamp. De leerlingen nemen door de jaren heen steeds meer verantwoordelijkheid voor de organisatie daarvan.
Leerlingparticipatie
Op het OVMZ is een enthousiaste leerlingenraad actief. Een van de docenten begeleidt de leerlingen bij het maken van de agenda, het maken van een regelement, het voorbereiden van de gesprekken met de directeur.
Verder is ons beleid erop gericht de leerlingen zoveel mogelijk te betrekken bij het organiseren van activiteiten. Zo vragen we leerlingen hun eigen kamp te organiseren, voor zover we inschatten, dat ze dat kunnen. Waar we mogelijkheden zien, gaan leerlingen meedenken in de ontwikkeling en ambitie van OVMZ.
Recht doen aan talent
Op OVMZ willen we dat leerlingen hun talenten zo goed mogelijk kunnen ontwikkelen. Daarbij houden we rekening met de verschillen tussen leerlingen. Niet iedereen heeft dezelfde interesses, leert op dezelfde manier of werkt op hetzelfde niveau of tempo.
Hoe doen we dat? We bieden onderwijs dat aansluit bij de echte wereld, leerlingen uitdaagt en bijdraagt aan hun persoonlijke en maatschappelijke ontwikkeling. Ook valt er bij ons veel te kiezen en kunnen leerlingen zowel binnen als buiten de school leren.
Er zijn verschillende mogelijkheden om bij ons in te stromen. Afhankelijk van het instroomniveau kijken we samen met de basisschool welke brugklas het beste bij de leerling past.
In onze brugklas bieden we net wat meer dan andere scholen. Alle leerlingen krijgen bijvoorbeeld vier uur per week extra maatwerk. Hoe een leerling deze uren invult, hangt af van wat die leerling nodig heeft.
We werken met een brugperiode van maximaal twee jaar. Zo krijgt een leerling voldoende tijd om te ontdekken wat de beste plek is en welk niveau het beste past.
Tijdens de profiellessen Expressie, Sport en Design krijgt een leerling de kans om interesses en talenten verder te ontwikkelen of juist nieuwe talenten te ontdekken. Ook leert de leerling tijdens deze lessen om sociaal met anderen om te gaan en samen te werken met medeleerlingen.
Onderwijsontwikkeling
Het onderwijs is, zoals bekend, voortdurend in beweging en zo hoort het eigenlijk ook. Met elkaar zijn wij op weg naar: betekenisvol leren, naar vraag-gestuurd en ontwikkelingsgericht onderwijs. Daarnaast stimuleren wij zelfstandig werken en samenwerkend leren. We doen dit van klas 1 t/m 4, onderbouw en bovenbouw, zowel binnen de vaksecties als vakoverstijgend.
Drie leerwegen
Het VMBO (voorbereidend middelbaar beroeps onderwijs) kent drie leerwegen: MAVO (theoretische leerweg),
de kaderberoepsgerichte leerweg en de basisberoepsgerichte leerweg. Lees meer over de leerwegen in het vmbo.
MAVO (theoretische leerweg)
De
leerlingen die MAVO volgen, hebben in hun pakket algemeen vormende vakken,
aangevuld met een praktijkvak Dienstverlening en Producten. In de vierde zijn
dit nog zes of zeven vakken die meetellen voor het eindexamen, naast de vakken
culturele kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding en maatschappijleer.
Na het behalen van je diploma, kun je mogelijk doorstromen naar het MBO of de
HAVO.
Basisberoepsgerichte leerweg en kaderberoepsgerichte leerweg
In deze twee leerwegen bereidt een leerling zich voor op een beroep. Deze opleidingen geven je de mogelijkheid om door te stromen naar het middelbaar beroepsonderwijs.
De basisberoepsgerichte leerweg (bbl) is wat betreft vakkenpakket en aantal lesuren gelijk aan de kaderberoepsgerichte leerweg. In de bb-leerweg richten we ons nog meer op de beroepspraktijk. Natuurlijk wordt dit ondersteund door vaktheorie waarbij de verbinding met de praktijk nog nadrukkelijker gelegd wordt.
Onderbouw
Leerlingen zitten in de eerste en de tweede klas in de onderbouw. In het eerste en tweede leerjaar begeleiden we de leerlingen intensief. Hieraan wordt onder andere in de LOB en de mentorlessen veel aandacht besteed. Pas aan het eind van het tweede leerjaar wordt het definitieve niveau bepaald. Dan wordt er ook een profiel gekozen wat past bij de leerling. In aanloop hiernaartoe krijgen de leerlingen steeds meer zicht op hun eigen leren en de keuzes die ze van daaruit kunnen maken onder begeleiding van hun mentor. Leren ze beter uit de boeken of in de praktijk, welke route past het beste? Wanneer een leerling door kan stromen naar de havo gebeurt dit tijdens of aan het einde van leerjaar 1 omdat dan de kans van slagen het grootst is. We werken hierbij intensief samen met onze buren het OLZ (Openbaar Lyceum Zeist).
Op onze website staan onze onderbouwprofielen en D&P Junior uitgebreid beschreven.
Onze brugklas
De overstap van de basisschool naar de middelbare school is best spannend. Daarom besteden we op OVMZ veel aandacht aan een goede start. Onze leerlingen maken al voor de zomervakantie kennis met hun klasgenoten en mentoren. Het schooljaar begint met kennismakingsdagen en al snel gaat de hele brugklas samen op kamp.
Elke klas heeft twee vaste mentoren, die ook lesgeven aan de klas. Samen met de leerling en ouders maken zij een individueel ontwikkelplan (IOP). Daarnaast krijgen leerlingen extra uren voor maatwerk. Die kunnen ze gebruiken voor extra uitdaging of juist voor extra ondersteuning, bijvoorbeeld bij plannen, sociale vaardigheden, taal of rekenen.
Ook is er vanaf de brugklas ruimte om talenten en interesses te ontdekken en verder te ontwikkelen. Leerlingen kiezen hiervoor een van onze drie profielen: Sport, Expressie of Design.
Meer weten over onze brugklas en hoe we zorgen voor een goede start? Op onze website leggen we dit uitgebreid uit.
Design, Sport of Expressie?
Alle onderbouw leerlingen die instromen kiezen voor een profiel. De sportleerlingen gaan regelmatig de deur uit voor specifieke activiteiten. De kunstleerlingen krijgen verschillende workshops op het gebied van beeldende vorming, drama en muziek. De designleerlingen volgen een gevarieerd programma op het gebied van ontwerpen. In alle profielen ontdekken de leerlingen hoe ze hun talenten tot bloei te laten komen.
Dit speciale onderwijsaanbod vindt in de eerste twee leerjaren plaats. Voor de bekostiging van de activiteiten en de ‘specialisten’ die worden ingeschakeld vragen wij een vrijwillige bijdrage.
Uitgangspunten overgangsrichtlijnen
Klas 1 en 2
Aan het einde van klas 1 en 2 kan een leerling in een van de volgende zones vallen:
over naar een hoger niveau;
bespreekzone voor een hoger niveau;
over binnen het eigen niveau;
bespreekzone.
In de bespreekzone zijn verschillende uitkomsten mogelijk:
bevordering naar het eigen niveau;
bevordering naar een lager niveau;
blijven zitten op het eigen niveau;
blijven zitten op een lager niveau;
een ander traject.
In klas 1 blijft een leerling alleen in hoge uitzondering zitten, bijvoorbeeld vanwege medische oorzaken. In klas 2 kan blijven zitten wel een uitkomst zijn binnen de bespreekzone.
Bij leerlingen die in de bespreekzone vallen, kijken we niet alleen naar de cijfers. Ook aanvullende informatie wordt meegenomen in het besluit, zoals DIA-toetsen, Catwise, verzuim, de keuze van het vakkenpakket en de vakprognoses in klas 2.
Wanneer valt een leerling in welke zone?
Over naar een hoger niveau: gemiddeld een 7,5 of hoger en geen onvoldoendes.
Bespreekzone voor een hoger niveau: gemiddeld een 7,0 tot en met 7,4 en maximaal 1 tekortpunt.
Over naar het eigen niveau: gemiddeld een 6,0 tot en met 6,9 en maximaal 2 tekortpunten.
Bespreekzone: gemiddeld lager dan een 6,0 of 3 tekortpunten of meer.
De mentor of teamleider kan een leerling altijd in de bespreekzone brengen. De rapportvergadering neemt daarna een besluit.
Voor het berekenen van de tekortpunten geldt:
een 5 is 1 tekortpunt;
een 4 is 2 tekortpunten;
een 3 is 3 tekortpunten.
Hoe berekenen we het puntentotaal?
In de onderbouw hebben de kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde een beschermende positie. Dit is verwerkt in de matrix die we gebruiken. Alle vakken tellen mee voor de overgang en determinatie, behalve de begeleidingsuren.
Alle eindgemiddelden worden op één decimaal nauwkeurig bij elkaar opgeteld. In klas 1 tellen bijvoorbeeld Nederlands, Engels, wiskunde, biologie, Frans en M&M dubbel mee. TN, DR, BV, LO, PROF en MW tellen één keer mee.
Bij het bepalen van het aantal tekortpunten tellen Nederlands en wiskunde dubbel. Een afgeronde 5 voor Nederlands of wiskunde telt daarom als 2 tekortpunten en een 4 als 4 tekortpunten. Een 4 voor Nederlands of wiskunde betekent dus altijd dat de leerling in de bespreekzone valt.
Overgangsrichtlijnen leerjaar 3
Voor de overgang in leerjaar 3 gebruiken we de slaag-zakregeling als uitgangspunt. Voor klas 3 zijn de relevante onderdelen als volgt aangepast.
Een leerling voldoet aan de overgangsrichtlijnen als:
het gemiddelde van alle cijfers een 6,0 of hoger is. Alle vakken die met cijfers werken, tellen één keer mee;
het afgeronde eindcijfer voor Nederlands een 5 of hoger is;
de eindcijfers voldoen aan de onderstaande eisen uit de slaag-zakregeling:
alle eindcijfers zijn een 6 of hoger; of
één eindcijfer is een 5 en alle andere afgeronde eindcijfers zijn een 6 of hoger; of
één eindcijfer is een 4 en alle andere afgeronde eindcijfers zijn een 6 of hoger, waarvan minimaal één cijfer een 7 of hoger is; of
twee eindcijfers zijn een 5 en alle andere afgeronde eindcijfers zijn een 6 of hoger, waarvan minimaal één cijfer een 7 of hoger is;
geen enkel afgerond eindcijfer lager is dan een 4;
maatschappijleer met een afgeronde voldoende is afgesloten. Hiervoor is een herkansing mogelijk in klas 3 en zo nodig ook in klas 4;
CKV, stage (LOB) en lichamelijke opvoeding met ‘voldoende’ of ‘goed’ zijn afgesloten.
Voor PTA-toetsen in leerjaar 3 geldt een aanvullende regel. Dit betreft mogelijk biologie, economie, NaSk, geschiedenis en aardrijkskunde. Heeft een leerling 2 tekortpunten of meer binnen de PTA-cijfers die meegaan naar klas 4? Dan valt de leerling in de bespreekzone.
Profielvak-cspe en beroepsgerichte keuzevakken
Voor leerlingen die het profielvak-cspe doen en beroepsgerichte keuzevakken hebben gevolgd, gelden daarnaast de volgende regels:
De cijfers voor de beroepsgerichte keuzevakken worden gemiddeld tot één eindcijfer. Dit heet het combinatiecijfer. Dit combinatiecijfer telt bij het bepalen van de uitslag mee als het cijfer van één vak.
Voor geen van de beroepsgerichte keuzevakken mag het eindcijfer lager zijn dan een 4. Een 3 of lager betekent dus dat een leerling in de bespreekzone valt, ook als het combinatiecijfer een 4 of hoger is.
Het beroepsgerichte programma bestaat uit het beroepsgerichte profielvak en de keuzevakken in het vrije deel. Hiervoor krijgt een leerling twee aparte cijfers. Beide cijfers tellen één keer mee bij het bepalen van de uitslag, net als de cijfers voor de algemene vakken.
Overgang en bespreekzone
Een leerling die niet in de bespreekzone valt, is over.
Valt een leerling wel in de bespreekzone, dan zijn verschillende uitkomsten mogelijk. Afstroom van KBL3 naar BBL4 moet mogelijk zijn. Blijven zitten is ook een mogelijkheid binnen de bespreekzone.
De mogelijkheid om af te stromen van GLTL3 naar KBL4 moet nog worden besproken en besloten en eventueel verder worden ontwikkeld.
Bij een gemiddelde van een 7,0 of hoger en zonder tekorten valt een leerling in de bespreekzone voor overgang naar een hoger niveau. Dit geldt voor de overgang van BBL3 naar KBL4.
Algemeen
Stemregels bij overgangsvergaderingen
Als tijdens een overgangsvergadering moet worden gestemd, wordt de hoogst mogelijke uitkomst als eerste in stemming gebracht. Hierbij wordt de volgorde van de bespreekzone bovenaan deze overgangsrichtlijnen gevolgd. De teamleider is verantwoordelijk voor deze procedure.
Alleen medewerkers die lesgeven aan de leerling hebben stemrecht. Wie twee vakken geeft, heeft twee stemmen. Het is niet mogelijk om je van stemming te onthouden. De ondersteuning en de teamleider hebben geen stem.
Staken de stemmen? Dan neemt de teamleider het besluit.
Revisievergadering
Ouders of het bevoegd gezag, de teamleider en mentoren kunnen een revisie aanvragen. De aanvraag wordt ingediend bij de teamleider.
Het MT bespreekt vervolgens of er relevante nieuwe informatie is. Als dat zo is, komt de rapportvergadering opnieuw bij elkaar. Is er geen relevante nieuwe informatie, dan blijft het eerdere besluit definitief.
De profielen in het 3e en 4e leerjaar
Na twee jaar in de onderbouw gaan onze leerlingen zich verder verdiepen. In de bovenbouw volgt iedereen de hoofdrichting Dienstverlening & Producten (D&P). D&P bestaat uit vier modules:
- Organiseren van een activiteit
- Presenteren, promoten en verkopen
- Product maken en verbeteren
- Multimediale producten maken
Leerlingen op basis- en kaderniveau volgen alle vier de modules. Op de mavo volgen leerlingen module 1 en 4.
Keuzevakken
In de bovenbouw volgen onze leerlingen ook beroepsgerichte keuzevakken. Zo kunnen ze zich verder verdiepen in wat ze interessant vinden. Ze leren de theorie, maar gaan vooral ook praktisch aan de slag. Zo ontdekken ze wat ze leuk vinden en wat bij ze past en krijgen ze een beeld van verschillende beroepen en vervolgopleidingen.
In leerjaar 3 zijn de keuzevakken verdeeld over drie routes:
- Health & Lifestyle: Bijzondere keuken en Ondersteuning bij sport en bewegingsactiviteit.
- Media & Ondernemen: Presentatie & styling en Ondernemen.
- Techniek & Innovatie: Robotica en Meubels maken.
Leerlingen op basis- en kaderniveau volgen vier keuzevakken. Mavoleerlingen volgen er twee. Voor de keuzevakken doen leerlingen geen examen, maar de resultaten tellen wel mee voor de cijferlijst.
Meer weten over D&P, de modules en wat leerlingen precies doen tijdens de verschillende keuzevakken? Op onze website staat uitgebreide informatie over het programma in de bovenbouw.
Vakkenpakket in het 3e en 4e leerjaar
Het vakkenpakket in klas 3 en 4 bestaat uit drie onderdelen: een gemeenschappelijk deel, een sectorgebonden deel en een vrij deel.
Nederlands, Engels en wiskunde horen bij het gemeenschappelijke deel. Maatschappijleer 1 (MA1) wordt aan het einde van klas 3 afgerond, maar het cijfer telt wel mee voor de slaag-zakregeling van het eindexamen. Lichamelijke opvoeding (LO) moet met een voldoende worden afgesloten. Dat geldt ook voor Culturele en Kunstzinnige Vorming (CKV). De lessen CKV worden in leerjaar 3 afgerond.
In klas 3 maken leerlingen al PTA-toetsen die meetellen voor het eindexamen.
Keuzevakken mavo
Mavoleerlingen kunnen kiezen uit LO2, kunstvakken 2 beeldend, aardrijkskunde of geschiedenis.
Leerlingen die na hun mavodiploma willen doorstromen naar havo 4, kunnen aardrijkskunde als extra vak kiezen. Dit kan de overstap naar de havo makkelijker maken.
Keuzevakken vmbo-bbl en -kbl
Leerlingen op vmbo-bbl en -kbl kunnen kiezen uit economie of biologie.
Stages op het OVMZ
Leren doe je niet alleen in de klas. Daarom vinden we het belangrijk dat onze leerlingen ook ervaring opdoen in de praktijk. Tijdens stages maken ze kennis met verschillende beroepen, ontdekken ze wat bij hen past en ervaren ze hoe het is om bij een bedrijf of organisatie te werken.
Onderbouw: alvast kennismaken
In leerjaar 1 en 2 volgen leerlingen een snuffelstage. Zo maken ze al vroeg kennis met de praktijk en de wereld van werk.
Bovenbouw: twee weken echt aan het werk
In leerjaar 3 lopen alle leerlingen van BBL, KBL en mavo één keer een blokstage. Twee weken lang draaien ze mee bij een bedrijf of organisatie. Ze lopen dus niet één dag per week stage, maar zijn een aaneengesloten periode op dezelfde werkplek. Zo krijgen ze echt de kans om mee te kijken en mee te doen, de dagelijkse werkzaamheden te leren kennen en te ervaren hoe het er binnen een bedrijf of organisatie aan toegaat.
Tijdens de blokstage draait het om vier dingen:
- Ervaring opdoen in de praktijk
Leerlingen kunnen wat ze op school hebben geleerd in de praktijk brengen. Ze kiezen een stage die past bij hun gekozen D&P-wereld: Health & Lifestyle, Media & Ondernemen of Techniek & Innovatie. - Ontdekken wat bij ze past
Door stage te lopen, maken leerlingen kennis met een beroep en een sector. Zo ontdekken ze steeds beter waar hun interesses liggen en wat bij hen past. - Nieuwe vaardigheden ontwikkelen
Op een werkplek leer je weer andere dingen dan in de klas. Naast vakinhoudelijke kennis werken leerlingen bijvoorbeeld aan samenwerken, communiceren en probleemoplossend denken. - Contacten leggen
Tijdens een stage leren leerlingen mensen kennen binnen een branche waarin ze geïnteresseerd zijn. Zo bouwen ze alvast een netwerk op dat later kan helpen bij het vinden van een baan.
Goede begeleiding tijdens de stage
Natuurlijk staan leerlingen er tijdens hun stage niet alleen voor. Ze krijgen begeleiding van iemand binnen het stagebedrijf én van een stagebegeleider vanuit school. De stagebegeleider van school neemt vooraf contact op met het bedrijf en maakt een afspraak om tijdens de stage langs te komen.
Leerlingen houden tijdens hun stage een stageboekje bij met evaluaties en feedbackmomenten. Zo kunnen we hun voortgang goed volgen. De beoordeling is gebaseerd op de stage zelf en het ingevulde stageboekje.
In het stageboekje staan ook de voorwaarden waaraan een stage moet voldoen. Onze stagecoördinator legt deze voorwaarden tijdens de mentorlessen uit.